سُورَةُ الحجر
Soera Al-Hijr
Luister naar de hele soera
Recitatie: Mishary Rashid Alafasy- 15:1
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ الٓر ۚ تِلْكَ ءَايَٰتُ ٱلْكِتَٰبِ وَقُرْءَانٍ مُّبِينٍ
Aliflamra tilka ayatu alkitabi waquranin mubeenin
Alif Lam Ra. Dit zijn Verzen van het Boek, en een duidelijke Koran.
- 15:2
رُّبَمَا يَوَدُّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ لَوْ كَانُوا۟ مُسْلِمِينَ
Rubama yawaddu allatheena kafaroo law kanoo muslimeena
Misschien zullen degenen die ongelovig zijn wensen dat zij Moslims waren.
- 15:3
ذَرْهُمْ يَأْكُلُوا۟ وَيَتَمَتَّعُوا۟ وَيُلْهِهِمُ ٱلْأَمَلُ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ
Tharhum yakuloo wayatamattaAAoo wayulhihimu alamalu fasawfa yaAAlamoona
Lad hen eten en zich vermaken en worden afgeleid door de (valse) hoop, later ze zullen (het) weten.
- 15:4
وَمَآ أَهْلَكْنَا مِن قَرْيَةٍ إِلَّا وَلَهَا كِتَابٌ مَّعْلُومٌ
Wama ahlakna min qaryatin illa walaha kitabun maAAloomun
En Wij hebben nooit een stad vernietigd, behalve op een vastgestelde tijdstip.
- 15:5
مَّا تَسْبِقُ مِنْ أُمَّةٍ أَجَلَهَا وَمَا يَسْتَـْٔخِرُونَ
Ma tasbiqu min ommatin ajalaha wama yastakhiroona
Er is geen gemeenschap die haar tijdstip kan verhaasten of vertragen.
- 15:6
وَقَالُوا۟ يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِى نُزِّلَ عَلَيْهِ ٱلذِّكْرُ إِنَّكَ لَمَجْنُونٌ
Waqaloo ya ayyuha allathee nuzzila AAalayhi alththikru innaka lamajnoonun
Zij zeiden: "O jij, aan wie de vermaning (Koran) is neergezonden: voorwaar, jij bent zeker bezeten.
- 15:7
لَّوْ مَا تَأْتِينَا بِٱلْمَلَٰٓئِكَةِ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّٰدِقِينَ
Law ma tateena bialmalaikati in kunta mina alssadiqeena
Waarom heb jij de Engelen niet naar ons gebracht, als jij tot de waarachtigen behoort?"'
- 15:8
مَا نُنَزِّلُ ٱلْمَلَٰٓئِكَةَ إِلَّا بِٱلْحَقِّ وَمَا كَانُوٓا۟ إِذًا مُّنظَرِينَ
Ma nunazzilu almalaikata illa bialhaqqi wama kanoo ithan munthareena
Wij sturen de Engelen niet, behalve met de Waarheid. En zij zouden dan geen uitstel (van hun bestraffing) hebben gekregen.
- 15:9
إِنَّا نَحْنُ نَزَّلْنَا ٱلذِّكْرَ وَإِنَّا لَهُۥ لَحَٰفِظُونَ
Inna nahnu nazzalna alththikra wainna lahu lahafithoona
Voorwaar, Wij zijn het Die de Vermaning (de Koran) hebben neergezonden. En voorwaar, Wij zijn daarover zeker de Wakers.
- 15:10
وَلَقَدْ أَرْسَلْنَا مِن قَبْلِكَ فِى شِيَعِ ٱلْأَوَّلِينَ
Walaqad arsalna min qablika fee shiyaAAi alawwaleena
En voorzeker, Wij hebben (Boodschappers) voor jou gezonden naar de vroegere volkeren.
- 15:11
وَمَا يَأْتِيهِم مِّن رَّسُولٍ إِلَّا كَانُوا۟ بِهِۦ يَسْتَهْزِءُونَ
Wama yateehim min rasoolin illa kanoo bihi yastahzioona
En er kwam nooit een Boodschapper tot hen of zij dreven de spot met hen.
- 15:12
كَذَٰلِكَ نَسْلُكُهُۥ فِى قُلُوبِ ٱلْمُجْرِمِينَ
Kathalika naslukuhu fee quloobi almujrimeena
Op deze wijze doen wij het (ongeloof) in de harten van de misdadigers binnengaan.
- 15:13
لَا يُؤْمِنُونَ بِهِۦ ۖ وَقَدْ خَلَتْ سُنَّةُ ٱلْأَوَّلِينَ
La yuminoona bihi waqad khalat sunnatu alawwaleena
Zij geloven er niet in, hoewel de gebruikelijke handelwijze (de bestraffing van Allah) van de vroegeren wazlijk heeft plaatsgevonden.
- 15:14
وَلَوْ فَتَحْنَا عَلَيْهِم بَابًا مِّنَ ٱلسَّمَآءِ فَظَلُّوا۟ فِيهِ يَعْرُجُونَ
Walaw fatahna AAalayhim baban mina alssamai fathalloo feehi yaAArujoona
En als Wij voor hen een poort van de hemel zouden openen, wardoor zij dan zouden kunnen blijven opstijgen.
- 15:15
لَقَالُوٓا۟ إِنَّمَا سُكِّرَتْ أَبْصَٰرُنَا بَلْ نَحْنُ قَوْمٌ مَّسْحُورُونَ
Laqaloo innama sukkirat absaruna bal nahnu qawmun mashooroona
(Dan) zouden zij zeker zeggen: "Voorwaar, ons gezichtsvermogen is beneveld; wij zijn zelfs een betoverd volk."
- 15:16
وَلَقَدْ جَعَلْنَا فِى ٱلسَّمَآءِ بُرُوجًا وَزَيَّنَّٰهَا لِلنَّٰظِرِينَ
Walaqad jaAAalna fee alssamai buroojan wazayyannaha lilnnathireena
En voorzeker, Wij hebben in de hemel sterrenstelsels aangebracht en Wij hebben haar versierd voor de aanschouwers.
- 15:17
وَحَفِظْنَٰهَا مِن كُلِّ شَيْطَٰنٍ رَّجِيمٍ
Wahafithnaha min kulli shaytanin rajeemin
En Wij hebben haar bewaakt tegen elke vervloekte Satan.
- 15:18
إِلَّا مَنِ ٱسْتَرَقَ ٱلسَّمْعَ فَأَتْبَعَهُۥ شِهَابٌ مُّبِينٌ
Illa mani istaraqa alssamAAa faatbaAAahu shihabun mubeenun
Behalve degene die (de Satan) heeft afgeluisterd, dan achtervolgd wordt door een heldere vlam.
- 15:19
وَٱلْأَرْضَ مَدَدْنَٰهَا وَأَلْقَيْنَا فِيهَا رَوَٰسِىَ وَأَنۢبَتْنَا فِيهَا مِن كُلِّ شَىْءٍ مَّوْزُونٍ
Waalarda madadnaha waalqayna feeha rawasiya waanbatna feeha min kulli shayin mawzoonin
En Wij hebben de aarde uitgestrekt en Wij hebben daarop bergen geplaatst en Wij hebben daarop van alles doen groeien volgens een evenwichte maat.
- 15:20
وَجَعَلْنَا لَكُمْ فِيهَا مَعَٰيِشَ وَمَن لَّسْتُمْ لَهُۥ بِرَٰزِقِينَ
WajaAAalna lakum feeha maAAayisha waman lastum lahu biraziqeena
En Wij hebben voor jullie daar levensonderhoud gemaakt, (ook voor) degene voor wie jullie niet de voorzieners zijn.
- 15:21
وَإِن مِّن شَىْءٍ إِلَّا عِندَنَا خَزَآئِنُهُۥ وَمَا نُنَزِّلُهُۥٓ إِلَّا بِقَدَرٍ مَّعْلُومٍ
Wain min shayin illa AAindana khazainuhu wama nunazziluhu illa biqadarin maAAloomin
Er is geen ding waarvan de schatten niet bij Ons zijn, en Wij zenden deze slechts volgens een vastgestelde maatgeving neer.
- 15:22
وَأَرْسَلْنَا ٱلرِّيَٰحَ لَوَٰقِحَ فَأَنزَلْنَا مِنَ ٱلسَّمَآءِ مَآءً فَأَسْقَيْنَٰكُمُوهُ وَمَآ أَنتُمْ لَهُۥ بِخَٰزِنِينَ
Waarsalna alrriyaha lawaqiha faanzalna mina alssamai maan faasqaynakumoohu wama antum lahu bikhazineena
En Wij hebben de winden gezonden als bestuivers en Wij hebben regen neergezonden uit de hemel, waarmee wij jullie te drinken geven. En jullie zijn daar niet de bewaarders van.
- 15:23
وَإِنَّا لَنَحْنُ نُحْىِۦ وَنُمِيتُ وَنَحْنُ ٱلْوَٰرِثُونَ
Wainna lanahnu nuhyee wanumeetu wanahnu alwarithoona
Voorwaar, Wij zijn het Die doen leven en doen sterven. En Wij zijn de erfgenamen.
- 15:24
وَلَقَدْ عَلِمْنَا ٱلْمُسْتَقْدِمِينَ مِنكُمْ وَلَقَدْ عَلِمْنَا ٱلْمُسْتَـْٔخِرِينَ
Walaqad AAalimna almustaqdimeena minkum walaqad AAalimna almustakhireena
En voorzeker, Wij kennen de mensen die jullie zijn voorgegaan (in de dood). En voorzeker, Wij kennen de achterblijvers.
- 15:25
وَإِنَّ رَبَّكَ هُوَ يَحْشُرُهُمْ ۚ إِنَّهُۥ حَكِيمٌ عَلِيمٌ
Wainna rabbaka huwa yahshuruhum innahu hakeemun AAaleemun
En voorwaar, jouw Heer is het Die hen verzamelt. Voorwaar, Hij is Alwijs, Alwetend.
- 15:26
وَلَقَدْ خَلَقْنَا ٱلْإِنسَٰنَ مِن صَلْصَٰلٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ
Walaqad khalaqna alinsana min salsalin min hamain masnoonin
En voorzeker, Wij hebben de mens (Adam) geschapen uit klei, van zwart slijk gevormd.
- 15:27
وَٱلْجَآنَّ خَلَقْنَٰهُ مِن قَبْلُ مِن نَّارِ ٱلسَّمُومِ
Waaljanna khalaqnahu min qablu min nari alssamoomi
En Wij hebben daarvoor de Djinn's geschapen uit een gloeiend vuur.
- 15:28
وَإِذْ قَالَ رَبُّكَ لِلْمَلَٰٓئِكَةِ إِنِّى خَٰلِقٌۢ بَشَرًا مِّن صَلْصَٰلٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ
Waith qala rabbuka lilmalaikati innee khaliqun basharan min salsalin min hamain masnoonin
(Gedenkt) toen jouw Heer tot de Engelen zei: "Voorwaar, Ik zal een mens scheppen van klei, uit zwart slijk gevormd."
- 15:29
فَإِذَا سَوَّيْتُهُۥ وَنَفَخْتُ فِيهِ مِن رُّوحِى فَقَعُوا۟ لَهُۥ سَٰجِدِينَ
Faitha sawwaytuhu wanafakhtu feehi min roohee faqaAAoo lahu sajideena
Toen Ik hem vervolmaakt had en Mijn (geschapen) Geest erin geblazen had, toen knielden zij (de Engelen) voor hem.
- 15:30
فَسَجَدَ ٱلْمَلَٰٓئِكَةُ كُلُّهُمْ أَجْمَعُونَ
Fasajada almalaikatu kulluhum ajmaAAoona
Toen knielden de Engelen allen gezamenlijk.
- 15:31
إِلَّآ إِبْلِيسَ أَبَىٰٓ أَن يَكُونَ مَعَ ٱلسَّٰجِدِينَ
Illa ibleesa aba an yakoona maAAa alssajideena
Behalve Iblis, bij weigerde te behoren tot de knielenden.
- 15:32
قَالَ يَٰٓإِبْلِيسُ مَا لَكَ أَلَّا تَكُونَ مَعَ ٱلسَّٰجِدِينَ
Qala ya ibleesu ma laka alla takoona maAAa alssajideena
Hij (Allah) zei: "O Iblis, wat is er met jou dat jij niet bij de knielenden behoort?"
- 15:33
قَالَ لَمْ أَكُن لِّأَسْجُدَ لِبَشَرٍ خَلَقْتَهُۥ مِن صَلْصَٰلٍ مِّنْ حَمَإٍ مَّسْنُونٍ
Qala lam akun liasjuda libasharin khalaqtahu min salsalin min hamain masnoonin
Hij (Iblis) zei: "Ik zal niet knielen voor een mens die U heeft geschapen uit klei, uit zwarte slijk gevormd."
- 15:34
قَالَ فَٱخْرُجْ مِنْهَا فَإِنَّكَ رَجِيمٌ
Qala faokhruj minha fainnaka rajeemun
Hij (Allah) zei: "Ga eruit (het Paradijs), voor- waar, jij bent een vervloekte!
- 15:35
وَإِنَّ عَلَيْكَ ٱللَّعْنَةَ إِلَىٰ يَوْمِ ٱلدِّينِ
Wainna AAalayka allaAAnata ila yawmi alddeeni
En voorwaar, de vervloeking rust op jou tot aan de Dag des Oordeels."
- 15:36
قَالَ رَبِّ فَأَنظِرْنِىٓ إِلَىٰ يَوْمِ يُبْعَثُونَ
Qala rabbi faanthirnee ila yawmi yubAAathoona
Hij (Iblis) zei: "Mijn Heer, schenk mij dan uitstel tot de Dag waarop zij zullen worden opgewekt."
- 15:37
قَالَ فَإِنَّكَ مِنَ ٱلْمُنظَرِينَ
Qala fainnaka mina almunthareena
Hij (Allah) zei: "Voorwaar, jij behoort tot degenen die uitdel kregen.
- 15:38
إِلَىٰ يَوْمِ ٱلْوَقْتِ ٱلْمَعْلُومِ
Ila yawmi alwaqti almaAAloomi
Tot de Dag van het vastgestelde tijdstip."
- 15:39
قَالَ رَبِّ بِمَآ أَغْوَيْتَنِى لَأُزَيِّنَنَّ لَهُمْ فِى ٱلْأَرْضِ وَلَأُغْوِيَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ
Qala rabbi bima aghwaytanee laozayyinanna lahum fee alardi walaoghwiyannahum ajmaAAeena
Hij (Iblis) zei. "Mijn Heer, omdat U mij heeft doen dwalen, zal ik voor ben (hun slechte daden) zeker schoonschijnend maken op de aarde, en ik zal hen zeker allen doen dwalen.
- 15:40
إِلَّا عِبَادَكَ مِنْهُمُ ٱلْمُخْلَصِينَ
Illa AAibadaka minhumu almukhlaseena
Behalve Uw dienaren, onder hen die oprecht zijn."
- 15:41
قَالَ هَٰذَا صِرَٰطٌ عَلَىَّ مُسْتَقِيمٌ
Qala hatha siratun AAalayya mustaqeemun
Hij (Allah) zei: "Dit is een recht Pad, op Mij rust (het waken erover).
- 15:42
إِنَّ عِبَادِى لَيْسَ لَكَ عَلَيْهِمْ سُلْطَٰنٌ إِلَّا مَنِ ٱتَّبَعَكَ مِنَ ٱلْغَاوِينَ
Inna AAibadee laysa laka AAalayhim sultanun illa mani ittabaAAaka mina alghaweena
Voorwaar, jij hebt geen macht over Mijn dienaren, behalve (over) degene die jou volgt van de dwalenden."
- 15:43
وَإِنَّ جَهَنَّمَ لَمَوْعِدُهُمْ أَجْمَعِينَ
Wainna jahannama lamawAAiduhum ajmaAAeena
En voorwaar, de Het is aan hen allen zeker toegezegd.
- 15:44
لَهَا سَبْعَةُ أَبْوَٰبٍ لِّكُلِّ بَابٍ مِّنْهُمْ جُزْءٌ مَّقْسُومٌ
Laha sabAAatu abwabin likulli babin minhum juzon maqsoomun
Zij heeft zeven poorten. Aan iedere poort is een deel van hen toegewezen.
- 15:45
إِنَّ ٱلْمُتَّقِينَ فِى جَنَّٰتٍ وَعُيُونٍ
Inna almuttaqeena fee jannatin waAAuyoonin
Voorwaar, de Moettaqoen zullen in de Tuinen (het Paradijs) en bij bronnen vertoeven.
- 15:46
ٱدْخُلُوهَا بِسَلَٰمٍ ءَامِنِينَ
Odkhulooha bisalamin amineena
(Tegen hen wordt gezegd:) "Treedt deze binnen in vrede en veiligheid."
- 15:47
وَنَزَعْنَا مَا فِى صُدُورِهِم مِّنْ غِلٍّ إِخْوَٰنًا عَلَىٰ سُرُرٍ مُّتَقَٰبِلِينَ
WanazaAAna ma fee sudoorihim min ghillin ikhwanan AAala sururin mutaqabileena
En Wij nemen weg wat er in hun harten aan wrok is, (zij zijn daarin) als broeders, op rustbanken zitten zij tegenover elkaar.
- 15:48
لَا يَمَسُّهُمْ فِيهَا نَصَبٌ وَمَا هُم مِّنْهَا بِمُخْرَجِينَ
La yamassuhum feeha nasabun wama hum minha bimukhrajeena
Daarin raakt hen geen vermoeidheid en zij worden daaruit niet verdreven.
- 15:49
۞ نَبِّئْ عِبَادِىٓ أَنِّىٓ أَنَا ٱلْغَفُورُ ٱلرَّحِيمُ
Nabbi AAibadee annee ana alghafooru alrraheemu
Bericht mijn dienaren (O Moehammad:) "Voorwaar, ik ben de Vergevensgezinde, de meest Barmhartige.
- 15:50
وَأَنَّ عَذَابِى هُوَ ٱلْعَذَابُ ٱلْأَلِيمُ
Wa anna AAathabee huwa alAAathabu alaleemu
En dat Mijn bestraffing een pijnlijke bestraffing is."
- 15:51
وَنَبِّئْهُمْ عَن ضَيْفِ إِبْرَٰهِيمَ
Wanabbihum AAan dayfi ibraheema
En bericht hun over de gasten van Ibrâhîm.
- 15:52
إِذْ دَخَلُوا۟ عَلَيْهِ فَقَالُوا۟ سَلَٰمًا قَالَ إِنَّا مِنكُمْ وَجِلُونَ
Ith dakhaloo AAalayhi faqaloo salaman qala inna minkum wajiloona
Toen zij bij hem binnenkwamen, zeiden zij: "Salam." (Vrede) Ibrâhîm zei: "Voorwaar, wij zijn bang voor jullie."
- 15:53
قَالُوا۟ لَا تَوْجَلْ إِنَّا نُبَشِّرُكَ بِغُلَٰمٍ عَلِيمٍ
Qaloo la tawjal inna nubashshiruka bighulamin AAaleemin
Zij zeiden: "Wees niet bang. Voorwaar, wij geven jou een verheugende tijding over (de geboorte van) een jongen, die kennis bezit."
- 15:54
قَالَ أَبَشَّرْتُمُونِى عَلَىٰٓ أَن مَّسَّنِىَ ٱلْكِبَرُ فَبِمَ تُبَشِّرُونَ
Qala abashshartumoonee AAala an massaniya alkibaru fabima tubashshirooni
Hij (Ibrâhîm) zei: "Geven jullie mij een verheugende tijding, terwijl de ouderdom mij heeft bereikt? Waarover geven jullie mij dan een verheugende tijding?"
- 15:55
قَالُوا۟ بَشَّرْنَٰكَ بِٱلْحَقِّ فَلَا تَكُن مِّنَ ٱلْقَٰنِطِينَ
Qaloo bashsharnaka bialhaqqi fala takun mina alqaniteena
Zij zeiden: "Wij hebben jou in waarheid een verheugende tijding gegeven, behoor daarom niet tot de wanhopigen."
- 15:56
قَالَ وَمَن يَقْنَطُ مِن رَّحْمَةِ رَبِّهِۦٓ إِلَّا ٱلضَّآلُّونَ
Qala waman yaqnatu min rahmati rabbihi illa alddalloona
Hij (Ibrâhîm) zei: "Niemand wanhoopt aan de Barmhartigheid van zijn Heer dan de dwalenden."
- 15:57
قَالَ فَمَا خَطْبُكُمْ أَيُّهَا ٱلْمُرْسَلُونَ
Qala fama khatbukum ayyuha almursaloona
Hij (Ibrâhîm) zei: "Wat is jullie zaak, O, gezanten?"
- 15:58
قَالُوٓا۟ إِنَّآ أُرْسِلْنَآ إِلَىٰ قَوْمٍ مُّجْرِمِينَ
Qaloo inna orsilna ila qawmin mujrimeena
Zij (de Engelen) zeiden: "Voorwaar, wij zijn gezonden tot een misdadig volk.
- 15:59
إِلَّآ ءَالَ لُوطٍ إِنَّا لَمُنَجُّوهُمْ أَجْمَعِينَ
Illa ala lootin inna lamunajjoohum ajmaAAeena
Uitgezonderd de volgelingen van Loeth. Voorwaar, wij zullen hen (in opdracht van Allah) zeker allen redden.
- 15:60
إِلَّا ٱمْرَأَتَهُۥ قَدَّرْنَآ ۙ إِنَّهَا لَمِنَ ٱلْغَٰبِرِينَ
Illa imraatahu qaddarna innaha lamina alghabireena
Behalve zijn vrouw, wij hebben besloten dat zij tot de achterblijversi zal behoren."
- 15:61
فَلَمَّا جَآءَ ءَالَ لُوطٍ ٱلْمُرْسَلُونَ
Falamma jaa ala lootin almursaloona
En toen de gezanten tot de volgelingen van Loeth kwamen.
- 15:62
قَالَ إِنَّكُمْ قَوْمٌ مُّنكَرُونَ
Qala innakum qawmun munkaroona
Hij (Loeth) zei: "Jullie zijn een onbekend volk."
- 15:63
قَالُوا۟ بَلْ جِئْنَٰكَ بِمَا كَانُوا۟ فِيهِ يَمْتَرُونَ
Qaloo bal jinaka bima kanoo feehi yamtaroona
De gezanten (de Engelen) zeiden: "Eigenlijk zijn wij tot jou gekomen, met dat waarover zij plachten te twijfelen (de bestraffing).
- 15:64
وَأَتَيْنَٰكَ بِٱلْحَقِّ وَإِنَّا لَصَٰدِقُونَ
Waataynaka bialhaqqi wainna lasadiqoona
En wij zijn tot jou gekomen met de Waarheid. En voorwaar, wij zijn zeker waarachtigen.
- 15:65
فَأَسْرِ بِأَهْلِكَ بِقِطْعٍ مِّنَ ٱلَّيْلِ وَٱتَّبِعْ أَدْبَٰرَهُمْ وَلَا يَلْتَفِتْ مِنكُمْ أَحَدٌ وَٱمْضُوا۟ حَيْثُ تُؤْمَرُونَ
Faasri biahlika biqitAAin mina allayli waittabiAA adbarahum wala yaltafit minkum ahadun waimdoo haythu tumaroona
Dus vertrek daarom met jouw familie in het laatste gedeelte van de nacht. En volg achter hen (jouw familie) en laat niemand van jullie omkijken en vervolg (de reis) zoals jullie bevolen is."
- 15:66
وَقَضَيْنَآ إِلَيْهِ ذَٰلِكَ ٱلْأَمْرَ أَنَّ دَابِرَ هَٰٓؤُلَآءِ مَقْطُوعٌ مُّصْبِحِينَ
Waqadayna ilayhi thalika alamra anna dabira haolai maqtooAAun musbiheena
En Wij openbaarden aan hem (Loeth) die zaak: dat zij in de ochtend zullen worden uitgeroeid.
- 15:67
وَجَآءَ أَهْلُ ٱلْمَدِينَةِ يَسْتَبْشِرُونَ
Wajaa ahlu almadeenati yastabshiroona
En de bewoners van de stad (Sodom) verheugden zich.
- 15:68
قَالَ إِنَّ هَٰٓؤُلَآءِ ضَيْفِى فَلَا تَفْضَحُونِ
Qala inna haolai dayfee fala tafdahooni
Hij (Loeth) zei: "Voorwaar, dit zijn mijn gasten; maakt mij dus niet te schande.
- 15:69
وَٱتَّقُوا۟ ٱللَّهَ وَلَا تُخْزُونِ
Waittaqoo Allaha wala tukhzooni
En vreest Allah en vernedert mij niet."
- 15:70
قَالُوٓا۟ أَوَلَمْ نَنْهَكَ عَنِ ٱلْعَٰلَمِينَ
Qaloo awalam nanhaka AAani alAAalameena
Zij zeiden: "Hebben wij jou niet verboden (over ons te praten) tegen de mensen?"
- 15:71
قَالَ هَٰٓؤُلَآءِ بَنَاتِىٓ إِن كُنتُمْ فَٰعِلِينَ
Qala haolai banatee in kuntum faAAileena
Ilij (Loeth) zei: "Dit zijn mijn dochters (vrouwen uit mijn volk), als jullie (iets op toegestane wijze willen) doen."
- 15:72
لَعَمْرُكَ إِنَّهُمْ لَفِى سَكْرَتِهِمْ يَعْمَهُونَ
LaAAamruka innahum lafee sakratihim yaAAmahoona
Bij jouw leven (O Moehammad): voorwaar, zij verkeren onrustig in hun dwaling.
- 15:73
فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّيْحَةُ مُشْرِقِينَ
Faakhathathumu alssayhatu mushriqeena
Toen trof de donderslag hen bij zonsopgang.
- 15:74
فَجَعَلْنَا عَٰلِيَهَا سَافِلَهَا وَأَمْطَرْنَا عَلَيْهِمْ حِجَارَةً مِّن سِجِّيلٍ
FajaAAalna AAaliyaha safilaha waamtarna AAalayhim hijaratan min sijjeelin
Toen keerden Wij haar (de stad) ondersteboven en deden Wij op hen stenen van harde klei neerkomen.
- 15:75
إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَٰتٍ لِّلْمُتَوَسِّمِينَ
Inna fee thalika laayatin lilmutawassimeena
Voorwaar, daarin zijn zeker Tekenen voor degenen die er lering uit trekken.
- 15:76
وَإِنَّهَا لَبِسَبِيلٍ مُّقِيمٍ
Wainnaha labisabeelin muqeemin
En voorwaar, zij (de stad) ligt aan een (nog) bestaande weg.
- 15:77
إِنَّ فِى ذَٰلِكَ لَـَٔايَةً لِّلْمُؤْمِنِينَ
Inna fee thalika laayatan lilmumineena
En voorwaar, daarin is zeker een Teken voor de gelovigen.
- 15:78
وَإِن كَانَ أَصْحَٰبُ ٱلْأَيْكَةِ لَظَٰلِمِينَ
Wain kana ashabu alaykati lathalimeena
en voorwaar, de bewoners van Aikah waren zeker onrechtplegers.
- 15:79
فَٱنتَقَمْنَا مِنْهُمْ وَإِنَّهُمَا لَبِإِمَامٍ مُّبِينٍ
Faintaqamna minhum wainnahuma labiimamin mubeenin
Toen hebben Wij hen vernietigd. En voorwaar, de beide steden liggen aan een duidelijke weg.
- 15:80
وَلَقَدْ كَذَّبَ أَصْحَٰبُ ٱلْحِجْرِ ٱلْمُرْسَلِينَ
Walaqad kaththaba ashabu alhijri almursaleena
En voorzeker, de bewoners van Hidjr loochenden de Boodschappers.
- 15:81
وَءَاتَيْنَٰهُمْ ءَايَٰتِنَا فَكَانُوا۟ عَنْهَا مُعْرِضِينَ
Waataynahum ayatina fakanoo AAanha muAArideena
En Wij hebben ben Onze Tekenen gegeven, maar zij plachten zich daarvan af te wenden.
- 15:82
وَكَانُوا۟ يَنْحِتُونَ مِنَ ٱلْجِبَالِ بُيُوتًا ءَامِنِينَ
Wakanoo yanhitoona mina aljibali buyootan amineena
En zij hieuwen de rotsen uit tot veilige woningen.
- 15:83
فَأَخَذَتْهُمُ ٱلصَّيْحَةُ مُصْبِحِينَ
Faakhathathumu alssayhatu musbiheena
Toen trof de donderslag hen in de ochtend.
- 15:84
فَمَآ أَغْنَىٰ عَنْهُم مَّا كَانُوا۟ يَكْسِبُونَ
Fama aghna AAanhum ma kanoo yaksiboona
Toen baatte wat zij plachten te verrichten hen niet.
- 15:85
وَمَا خَلَقْنَا ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ وَمَا بَيْنَهُمَآ إِلَّا بِٱلْحَقِّ ۗ وَإِنَّ ٱلسَّاعَةَ لَـَٔاتِيَةٌ ۖ فَٱصْفَحِ ٱلصَّفْحَ ٱلْجَمِيلَ
Wama khalaqna alssamawati waalarda wama baynahuma illa bialhaqqi wainna alssaAAata laatiyatun faisfahi alssafha aljameela
En Wij hebben de hemelen en de aarde en wat er tussen is niet geschapen behalve met de Waarheid. En voorwaar, het Uur zal zeker komen, geeft daarom em passende kwijtschelding.
- 15:86
إِنَّ رَبَّكَ هُوَ ٱلْخَلَّٰقُ ٱلْعَلِيمُ
Inna rabbaka huwa alkhallaqu alAAaleemu
Voorwaar, jouw fleer is de Schepper, de Alwetende.
- 15:87
وَلَقَدْ ءَاتَيْنَٰكَ سَبْعًا مِّنَ ٱلْمَثَانِى وَٱلْقُرْءَانَ ٱلْعَظِيمَ
Walaqad ataynaka sabAAan mina almathanee waalqurana alAAatheema
En voorzeker, Wij hebben jou de zeven vaak herhaalde (Verzen) gegeven en de geweldige Koran.
- 15:88
لَا تَمُدَّنَّ عَيْنَيْكَ إِلَىٰ مَا مَتَّعْنَا بِهِۦٓ أَزْوَٰجًا مِّنْهُمْ وَلَا تَحْزَنْ عَلَيْهِمْ وَٱخْفِضْ جَنَاحَكَ لِلْمُؤْمِنِينَ
La tamuddanna AAaynayka ila ma mattaAAna bihi azwajan minhum wala tahzan AAalayhim waikhfid janahaka lilmumineena
Kijk niet verlangend uit naar de genietingen die Wij aan een groep van hen (de ongelovigen) hebben gegeven. En treur niet over hen, en wees nederig tegenover de gelovigen.
- 15:89
وَقُلْ إِنِّىٓ أَنَا ٱلنَّذِيرُ ٱلْمُبِينُ
Waqul innee ana alnnatheeru almubeenu
En zeg (O Moehammad): "Voorwaar, ik ben de duidelijke waarschuwer."
- 15:90
كَمَآ أَنزَلْنَا عَلَى ٱلْمُقْتَسِمِينَ
Kama anzalna AAala almuqtasimeena
Zoals Wij (de bestraffing) hebben neergezonden naar de verdelers.
- 15:91
ٱلَّذِينَ جَعَلُوا۟ ٱلْقُرْءَانَ عِضِينَ
Allatheena jaAAaloo alqurana AAideena
Degenen die de Koran hebben opgedeeld.
- 15:92
فَوَرَبِّكَ لَنَسْـَٔلَنَّهُمْ أَجْمَعِينَ
Fawarabbika lanasalannahum ajmaAAeena
Bij jouw Heer, Wij zullen hen zeker allen ondervragen.
- 15:93
عَمَّا كَانُوا۟ يَعْمَلُونَ
AAamma kanoo yaAAmaloona
Over wat zij plachten te doen.
- 15:94
فَٱصْدَعْ بِمَا تُؤْمَرُ وَأَعْرِضْ عَنِ ٱلْمُشْرِكِينَ
FaisdaAA bima tumaru waaAArid AAani almushrikeena
Verkondig daarom wat bevolen is, en wend je af van de veelgodenaanbidders.
- 15:95
إِنَّا كَفَيْنَٰكَ ٱلْمُسْتَهْزِءِينَ
Inna kafaynaka almustahzieena
Voorwaar, Wij hebben jou beschermd (tegen het kwaad) van de spotters.
- 15:96
ٱلَّذِينَ يَجْعَلُونَ مَعَ ٱللَّهِ إِلَٰهًا ءَاخَرَ ۚ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ
Allatheena yajAAaloona maAAa Allahi ilahan akhara fasawfa yaAAlamoona
Degenen die naast Allah een andere god plaatsen, later zullen zij (het) te weten komen.
- 15:97
وَلَقَدْ نَعْلَمُ أَنَّكَ يَضِيقُ صَدْرُكَ بِمَا يَقُولُونَ
Walaqad naAAlamu annaka yadeequ sadruka bima yaqooloona
En voorzeker, Wij weten dat jouw borst benauwd is wegens wat zij zeggen.
- 15:98
فَسَبِّحْ بِحَمْدِ رَبِّكَ وَكُن مِّنَ ٱلسَّٰجِدِينَ
Fasabbih bihamdi rabbika wakun mina alssajideena
Heilig daarom jouw Heer met een lofprijzing en behoor tot hen die zich neerknielen.
- 15:99
وَٱعْبُدْ رَبَّكَ حَتَّىٰ يَأْتِيَكَ ٱلْيَقِينُ
WaoAAbud rabbaka hatta yatiyaka alyaqeenu
En aanbid jouw Heer totdat het zekere (de dood) tot jou komt.
Vertaling: Sofian S. Siregar (Siregar) — Korantekst en vertaling: Tanzil.net · Audio: EveryAyah.com, QuranicAudio.com
Lees in andere talen
EnglishالعربيةবাংলাاردوBahasa IndonesiaTürkçeFrançaisBahasa MelayuفارسیHausa